Don't like ads? PRO users don't see any ads ;-)
Guest

Untitled

By: a guest on May 16th, 2012  |  syntax: None  |  size: 7.17 KB  |  hits: 26  |  expires: Never
download  |  raw  |  embed  |  report abuse  |  print
Text below is selected. Please press Ctrl+C to copy to your clipboard. (⌘+C on Mac)
  1. Welke drie zaken heeft een computer minimaal nodig om zijn belangrijkste taak, het verwerken van invoer tot uitvoer, te vervullen?
  2.  
  3.  
  4.  Een Programma voor de invoer, een processor om de opdrachten uit te voeren en een geheugen.  
  5.  
  6.  
  7. Wat betekent de afkorting ASCII?
  8. Wat is de functie van ASCII?
  9. Welke code heeft men ontwikkeld toen ASCII ontoereikend bleek te zijn?
  10.  
  11.  
  12.  a) Het staat voor American Standard Code for Information Interchange.
  13. b) Het is de standaardcode voor het uitwisselen van gegevens.
  14. c) Unicode.  
  15.  
  16.  
  17. Wat is het verschil tussen 1 kilobyte en 1 kibibyte?
  18. Bereken hoeveel bytes 5 KiB is.
  19. Hoeveel bits is 5 kB?
  20.  
  21.  
  22.  a) Een Kilobyte is 1000 en een kibibyte is 1024.
  23. b) 5*1024 = 5120
  24. c) Volgens Si 5000 en anders 5120.  
  25.  
  26. Wat is de functie van het moederbord?
  27.  
  28.  
  29.  Het verbinden van alle onderdelen.  
  30.  
  31.  
  32. Wat is een andere benaming voor verwerkingssnelheid?
  33. Wat wordt er bedoeld met de kloksnelheid?
  34.  
  35.  
  36.  a)Rekensnelheid.
  37. b)Het aantal pulsen per seconde gegeven door de klokchip. Deze pulsen zorgen dat alles synchroon kan lopen.  
  38.  
  39.  
  40. Welke drie bussen tref je in de meeste pc’s aan?
  41. Beschrijf kort de kenmerken van elke van deze bussen.
  42.  
  43.  
  44.  a+b) 1. De databus, over de databus worden de te verwerken gegevens verstuurd tussen de processor, het geheugen en andere apparaten. 2. De adresbus, wanneer via de databus gegevens verzonden worden, moet het moederbord weten waar deze gegevens naartoe moeten. Via de adresbus wordt het adres van de geheugenplaats meegestuurd. 3. De controlbus, via de controlbus worden de aanwijzingen verstuurd hoe de gegevens van de databus verwerkt moeten worden  
  45.  
  46.  
  47. Leg het principe van pipelining uit.
  48.  
  49.  
  50.  Bij pipelining worden intructies in tweeen gedeeld waardoor ze parallel kunnen worden uitgevoerd in een puls, dat is eficienter.  
  51.  
  52. Noem de drie belangrijkste registers die de CPU bevat en geef een korte beschrijving van de functie ervan.
  53.  
  54.  
  55.  1. Het instructieregister, waarin de instructie staat die in behandeling is.
  56. 2. Het program counter, met het geheugenadres van de volgende instructie.
  57. 3. De rekenregisters, met getalletjes die voor de berekeningen nodig zijn.
  58.  
  59.  
  60.  
  61. Uit welke stappen bestaat de instructiecyclus?
  62. Geef een beschrijving van de stappen die volgens de instructiecyclus uitgevoerd moeten worden bij het optellen van twee getallen.
  63.  
  64.  
  65.  a) opzoeken in het intructie register, volgende instructie aanwijzen en verhogen van de program counter, analyse van de intructie, uitvoeren van instructie en ten slotte het opslaan van het resultaat.
  66. b) Er word gezocht naar de intructie die nodig is voor het optellen uit het interne geheugen, in het instructieregister en daarna word de eerstvolgende instructie aangewezen en de program counter wordt verhoogd. Waarna de instructie uit het instructieregister wordt geanalyseerd, de instructie uit het instructieregister wordt uitgevoerd en
  67. het resultaat van de instructie wordt opgeslagen.
  68.  
  69.  
  70.  
  71. Om een bestaand bestand in een tekstverwerkingsprogramma te kunnen bewerken moet het eerst geopend worden. Dit houdt in dat het van de ene plaats in de computer wordt gekopieerd naar een andere. Om welke plaatsen gaat dit?
  72. het externe geheugen en het beeldscherm
  73. het externe geheugen en het interne geheugen
  74. het interne geheugen en het beeldscherm
  75. het interne geheugen en de registers van de processor
  76.  
  77.    a b c d  
  78.  
  79. Welke van de volgende uitspraken is waar?
  80. Van de magnetische gegevensdragers is de tape de snelste.
  81. Een harddisk wordt voornamelijk gebruikt voor het maken van back-ups.
  82. Op een cd-r kun je maar één keer gegevens opslaan.
  83. De opslagcapaciteit van USB-sticks wordt opgegeven in mips.
  84.  
  85.    a b c d  
  86.  
  87. Eén byte is:
  88. de kleinst mogelijke opslageenheid.
  89. één teken.
  90. éénduizendste kibibyte.
  91. acht nullen en/of enen.
  92.  
  93.    a b c d  
  94.  
  95. Hieronder staan twee beweringen:
  96.  
  97. Tijdens het opstarten van de computer worden de EEPROM’s waaruit het ROM bestaat aangepast.
  98.  
  99. Het Setup-programma staat in het RAM.
  100. I en II zijn juist
  101. I is juist en II is onjuist
  102. I is onjuist en II is juist
  103. I en II zijn beide onjuist
  104.  
  105.    a b c d  
  106.  
  107. Welke uitspraak over de CPU is niet waar?
  108. De opdrachtwijzer staat bij de opdracht waar de processor op dat moment mee bezig is.
  109. De CPU bestaat uit een besturingsorgaan en een rekenorgaan.
  110. Een andere benaming voor CPU is CVE.
  111. De processor regelt onder meer de uitvoer van gegevens naar beeldscherm, printer en extern geheugen.
  112.  
  113.    a b c d  
  114.  
  115. Een ander woord voor databus is:
  116. ISA-bus
  117. AGP-bus
  118. processorbus
  119. PCI-Express-bus
  120.  
  121.    a b c d  
  122.  
  123. Een ander woord voor grafische kaart is:
  124. netwerkkaart
  125. SVGA-kaart
  126. geluidskaart
  127. videokaart
  128.  
  129.    a b c d  
  130.  
  131. Hieronder staan twee beweringen:
  132. Een andere benaming voor de COM-poort is communicatiepoort. Dit is een seriële poort.
  133. Een andere benaming voor de LPT-poort is printerpoort. Dit is een parallelle poort.
  134. I en II zijn juist
  135. I is juist en II is onjuist
  136. I is onjuist en II is juist
  137. I en II zijn beide onjuist
  138.  
  139.    a b c d  
  140.  
  141. Welke uitspraak over het geheugen is juist?
  142. Door het uitschakelen van de stroomtoevoer verliest het ROM-geheugen zijn gegevens.
  143. Extern geheugen zit buiten de systeemkast.
  144. Om gegevens die nodig zijn van niet zo ver weg te hoeven halen, maakt de processor gebruik van cachegeheugen.
  145. Het geheugen wordt bij het inschakelen van de computer gecontroleerd door het setup-programma in het BIOS.
  146.  
  147.    a b c d  
  148.  
  149. Wat is de belangrijkste functie van het moederbord?
  150. Het moederbord herbergt de processor.
  151. Het moederbord regelt de communicatie tussen de systemen.
  152. Op het moederbord bevinden zich de uitbreidingsslots.
  153. Het moederbord biedt aansluitpunten om alle apparatuur te verbinden.
  154.    a b c d  
  155.  
  156.  
  157.    
  158.   Extra meerkeuzevragen
  159.  
  160.  
  161. Het RAM bevat
  162. instructies voor de processor
  163. de hele inhoud van de harde schijf
  164. de ASCII-tabel
  165. het POST-programma
  166.  
  167.    a b c d  
  168.  
  169. Een andere term voor de processorbus is:
  170. instructiebus
  171. adresbus
  172. controlbus
  173. databus
  174.  
  175.    a b c d  
  176.  
  177. Welke uitspraak over de verwerkingssnelheid is niet juist?
  178. Een ander woord voor verwerkingssnelheid is rekensnelheid.
  179. De verwerkingssnelheid is de snelheid waarmee de processor gegevens verwerkt.
  180. De verwerkingssnelheid wordt uitgedrukt in mips.
  181. De verwerkingssnelheid is afhankelijk van de klokchip.
  182.  
  183.    a b c d  
  184.  
  185. Hieronder staan twee beweringen:
  186.  
  187. De chipset bepaalt voor een groot deel de prestaties van het moederbord.
  188.  
  189. De verwerkingssnelheid van een computer is identiek aan de kloksnelheid.
  190. I en II zijn juist
  191. I is juist en II is onjuist
  192. I is onjuist en II is juist
  193. I en II zijn beide onjuist
  194.  
  195.    a b c d  
  196.  
  197. Extra werkgeheugen dat de processor rechtstreeks kan gebruiken, noemen we:
  198. cachegeheugen
  199. RAM
  200. ROM
  201. extern geheugen
  202.  
  203.    a b c d  
  204.  
  205. Het aantal bits dat tegelijk door de bus getransporteerd kan worden, noemen we
  206. de verwerkingssnelheid
  207. de busbreedte
  208. de kloksnelheid
  209. de instructiecyclus
  210.  
  211.    a b c d  
  212.  
  213. Welke uitspraak over uitbreidingskaarten is niet juist?
  214. Een videokaart wordt ook wel grafische kaart genoemd.
  215. De PCMCIA-kaart is speciaal voor laptops ontwikkeld.
  216. Iedere computer is standaard uitgerust met een modemkaart.
  217. Een uitbreidingskaart bevindt zich op het moederbord.
  218.    a b c d